


Belastingtechnische informatie voor de werkgever
Loonbelasting. Belastingdienst/Centrum voor proces-
Besluit van 21 december 2001, nr. CPP2001/1450M art. 6 Bron: www.minfin.nl De directeur-
Inleiding: Op het gebied van de loonbelasting/premie volksverzekeringen is mij een aantal vragen voorgelegd. Hierna wordt een overzicht gegeven van de gestelde vragen en de daarop gegeven antwoorden.
ARBO-
Vraag.
Is er sprake van een vrije ARBO-
Antwoord.
Een werkgever is op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 gehouden een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid te voeren, waarbij de gevaren en risico's voor de gezondheid van de werknemer zoveel mogelijk worden beperkt. Tevens moet de werkgever op grond van artikel 4, eerste lid, van de genoemde wet een ziekteverzuimbeleid voeren, waarvan het zoveel mogelijk voorkomen van ziekte van werknemers onderdeel uitmaakt.
Het is mogelijk dat een werkgever een ARBO-
a. de werkgever een ARBO-
b. de stoelmassage daar in redelijkheid deel van uitmaakt;
c. de stoelmassage tijdens werktijd plaatsvindt;
d. de werknemer geen eigen bijdrage is verschuldigd;
e. er geen sprake is van een aanmerkelijke privé-
Indien niet aan deze voorwaarden is voldaan, behoort, gelet op artikel 13, eerste en derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, de waarde in het economische verkeer van de stoelmassage, verminderd met een eventuele werknemersbijdrage, tot het loon.
Aftrek voorbelasting; afnemer prestatie; stoelmasseuse
Belastingdienst/Centrum voor proces-
Besluit van 30 januari 2002, nr. CPP2002/292M
De directeur-
Vraag
Een ondernemer sluit met een masseuse contracten af, waarbij de masseuse tegen betaling massage verricht bij werknemers, met het doel stressgerelateerde klachten op de werkplek weg te nemen of te verminderen. De spanningen kunnen aanleiding geven tot klachten zoals bijvoorbeeld rugklachten, RSI en/of een algemeen verminderd welzijnsgevoel. Teneinde deze klachten te verminderen worden hoofd, nek, schouders, armen en handen gemasseerd. De behandeling duurt ongeveer 15 minuten en vindt plaats op de werkplek, in een speciaal daarvoor ontworpen stoel. Per behandeling wordt een bedrag aan de werkgever in rekening gebracht.
a. Is de ondernemer de afnemer van de onderhavige prestatie? zo ja,
b. Kan hij de voorbelasting ter zake in aftrek brengen? zo ja,
c. Is het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (hierna: het BUA) van toepassing?
Antwoord
a. De werkgever contracteert en betaalt de masseuse. De werkgever kan gelet op het contract met de masseuse en het genot dat hij van de prestaties heeft, worden aangemerkt als de afnemer van de prestaties.
b. De ondernemer heeft om die reden op grond van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 recht op aftrek van voorbelasting.
c. De massages hebben onder meer tot doel spanningen weg te nemen en het algemene welzijnsgevoel van de werknemers te bevorderen.
De werknemers kunnen met deze massage (ook buiten de werksfeer om) gebaat zijn. Dit mogelijke consumptieve element acht ik onder de gegeven omstandigheden evenwel volstrekt ondergeschikt aan het belang dat de werkgever daarvan heeft. De werkgever hoopt en verwacht immers dat door de massages ziekteverzuim wordt voorkomen of verminderd. De massagediensten zijn derhalve geen personeelsvoorzieningen zoals bedoeld in het BUA, zodat de aftrek van voorbelasting niet wordt uitgesloten.
Voor gemeenten en provincies gelden aangepaste regelingen
Uiteraard kan er door elk bedrijf een regeling worden opgezet waarbij het personeel een deel van de kosten draagt, de bovengenoemde voordelen zullen dan waarschijnlijk niet meer gelden.